Showing posts with label Kinderopvang. Show all posts
Showing posts with label Kinderopvang. Show all posts

J/M: Wat wil het kind?

In het januarinummer 2009 van de J/M een artikel over de vraag: 'Wat wil het kind?' De discussie over fulltime werken, parttime of niet draait meestal om de volwassenen, maar waar gedijt het kind nou het best bij?

Er komen drie deskundigen aan het woord per leeftijdsfase.




Opvoedadviseur Saskia Nikom over de eerste jaren

'Persoonlijk denk ik dat het voor het kind het beste is als het de eerste vier jaar van zijn leven zijn moeder of vader zo dicht mogelijk bij zich in de buurt heeft. Idealiter komt dat er op neer dat een van de ouders fulltime werkt en de ander er voor kiest om maximaal twee dagen van huis te zijn.'

'Voor een kind is het, zeker in de eerste twee, drie jaar, het fijnst als er op die dagen een oppas een huis komt omdat het daarmee in zijn vertrouwde omgeving blijft. Het klinkt nogal boud, maar het combineren van een gezin en twee carrière's is eigenlijk niet goed als de kinderen heel jong zijn.'

Hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Marianne Riksen-Walraven over schoolkinderen

Marianne Riksen-Walraven heeft vraagtekens bij de kwaliteit van de Naschoolse Opvang. Maar zelfs als die heel goed is vraagt ze zich af of een kind er wel bij vaart en vijf dagen vind ze hoe dan ook te veel.

'Als je het ze zelf zou vragen, kozen de meeste kinderen niet voor NSO. Voor een aantal is het ook ronduit overbelastend. Normaal ervaren mensen een stresspiek in de ochtend, en neemt het daarna af. Bij kinderen in de kinderopvang blijft het ook 's middags lang hoog, blijkt uit speekselmonsters.'

Orthopedagoge, GZ- en schoolpsycholoog Cathrien Drenthe

Cathrien Drenthe gebruikt een hele boel woorden, maar zegt eigenlijk niets. Waar het op neer komt is dat iedere puber anders is, en dat je als ouders op jouw puber moet inspelen. Duh.

Uiteraard worden de eerste twee veelzeggende meningen genuanceerd: iedereen is anders, wat voor de een werkt, werkt niet voor de ander blablabla.

Maar het antwoord op de vraag 'Wat wil het kind?' is duidelijk: het kind wil dat papa of mama thuis is.

Huh?

Peuterspeelzalen lijden onder de concurrentie van kinderdagverblijven. Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat het kinderdagverblijf veel goedkoper is voor ouders, en bovendien veel langere dagdelen heeft. Voor de combinatie kind-baan is een kinderdagverblijf dus veel handiger.

Je zou verwachten dat het vooral Thuisblijfmoeders zijn die gebruik maken van peuterspeelzalen, en daar zijn er volgens de statistieken steeds minder van.

In een verrassende actie, gaat Sharon Dijksma die altijd fanatiek bezig is moeders het huis uit te krijgen en kinderen in de opvang, nu echter 60 miljoen uitgeven om de peuterspeelzalen te steunen. De Tweede Kamer wil namelijk niet dat de peuterspeelzalen in de verdrukking komen omdat daar over het algemeen meer aandacht is voor de ontwikkeling van kinderen dan in crèches!

Waar gaat jou kind heen? Naar het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal en waarom? Vertel het ons!

Zorgen voor kinderen is meer dan babysitten

Sue Palmer auteur van Toxic Childhood schreef naar het Engelse dagblad The Evening Standard. Volgens haar heeft de Engelse overheid in haar haast iedereen de arbeidsmarkt op te jagen, zorg voor kinderen verward met babysitten. Sue Palmer vindt dat we ons moeten realiseren dat zorgen voor kinderen een serieuze, sociaal essentiële baan is.

Wie zorgt er voor de kinderen?

De massale uittocht van vrouwen uit huis en haard is volgens Sue Palmer een onherroepelijk feit. Als gevolg van de culturele revolutie werkt nu tussen de 40% en 80% van de vrouwen buitenshuis. En dat worden er alleen maar meer. Maar juist toen vrouwen heel hard het huis uitrenden ontdekten wetenschappers hun essentiële bijdrage aan de vorming van het kind tot evenwichtige volwassene. Een typisch geval van "You don't know what you've got, until it's gone."

Wat ontdekten ze dan?

Juist in de eerste drie levensjaren worden cruciale verbindingen in de hersenen gelegd. Die verbindingen liggen vooral in hersengebieden die belangrijk zijn voor concentratie, plannen, zelfbeheersing en empathie. Eén-op-éen-zorg is daarbij een belangrijk element. Vanwege deze kwetsbaarheid, vraagt Sue Palmer zich daarom af: "Wie zorgt er voor de kinderen?'.

Je kunt deze vraag beantwoorden vanuit twee verschillende perspectieven

het perspectief van het kind: wat heeft een kind nodig?
politieke en economische perspectieven: wat hebben de ouders en de werkgevers nodig.

Volgens Sue Palmer neemt het beste antwoord op de vraag "Wie zorgt ervoor de kinderen?" beide perspectieven in overweging.

Kinderopvang wereldwijd: gekwalificeerde zorg en babysitten

Wereldwijd constateert Sue Palmer dat landen met een lange traditie met 'werkende' moeders het belang van het kind en de politieke en economische perspectieven het beste combineren. Landen waarin traditioneel een Moederschapsideologie heerst(e), maken er echter een potje van: de kinderopvang is rommelig en wisselend van kwaliteit. Sue Palmer vindt het opvallend dat juist de economisch meest succesvolle landen slecht georganiseerde kinderopvang hebben, namelijk VS, Japan, Dl en Engeland. Voor de politici van de Grote Vier ligt de prioriteit w.b. kinderopvang duidelijk bij de werkgevers en werknemers.

Duh.

Volgens Sue Palmer moet kinderopvang van goede kwaliteit zijn, en niet worden gezien als iets wat iedereen wel kan. Hoe beter gekwalificeerd de persoon die je kind opvangt hoe beter. Weinig nieuws onder de zon eigenlijk.
Oost, West, Thuis Best, Zoals het klokje thuis tikt, tekt het nergens, Eigen haard is goud waard

In het algemeen geldt volgens Sue Palmer: Oost, west, thuis best. De eerste anderhalf jaar van zijn leven kan het kind het best worden verzorgd door zijn beide ouders thuis. Deze visie wordt ondersteund door neurologisch onderzoek: Liefdevolle 1-op-1-verzorging is de sleutel tot het ontstaan van gelukkige, evenwichtige volwassenen. Pas vanaf hun derde profiteren kinderen van perioden buitenshuis!

Kinderopvang ≠ babysitten

Wanneer kinderopvang toch nodig is, vanwege financiën en persoonlijke depressie* omdat je helemaal niet goed wordt van hele dagen bij je kind zijn, dan is hoge kwaliteit cruciaal. En hoe jonger het kind, hoe belangrijker dat de kwaliteit goed is. Sue Palmer benadrukt dat veel politici schijnen te denken dat kinderopvang hetzelfde is als babysitten, maar kinderopvang vraagt om expertise. Er zijn aanwijzingen dat opvang negatieve gevolgen heeft voor de emotionele ontwikkeling. Helaas is daar weinig onderzoek naar gedaan omdat dit moeilijk te meten is. W.b. cognitieive ontwikkeling lijkt kinderopvang geen schadelijke consequenties te hebben. Maar kinderexpert Penelope Leach waarschuwt: cognitieve achterstand kun je inhalen, maar emotionele achterstand niet.

Interessant: Het Broeikaskind!

In de jaren 80 van de vorige eeuw bleek in een beroemd neurowetenschappelijk expeirment dat ratten die gestimuleerd werden zich beter ontwikkelden dan ratten die aan hun lot werden overgelaten. Dit leidde tot het Broeikaskind! Ambitieuze ouders probeerden hun kinderen zoveel mogelijk te stimuleren om zo hun ontwikkeling te verbeteren en te versnellen.
In de VS zijn peuterspeelzalen en creches waar 2-en 3-jarigen cursussen krijgen in taal, wiskunde, logica en muziek. Ondertussen is alweer gebleken dat zoveel druk eerder schaadt dan baat.

Don't shoot the messenger!

Jay Belsky, hoogleraar en onderzoeker aan Londens Birbeck College, hield een lezing op de jaarvergadering van Engelse organisatie Fulltime Mothers. Jay Belsky staat bekend als het enfant terrible van de ontwikkelingspsychologie omdat hij, zoals Annemieke* zo mooi zegt: het Elfde Gebod durfde te breken: Gij zult niets negatiefs zeggen over kinderopvang.

Geschiedenis van onderzoek naar effecten van kinderopvang

Belsky schetste op de jaarvergadering een beeld van de geschiedenis van het onderzoek naar kinderopvang. Eind jaren zeventig was er weinig bekend over de effecten van kinderopvang. Er was geen goed nieuws, maar ook geen slecht nieuws. In 1978 schreef Belsky dan ook dat er weinig onderzoek was waaruit bleek dat kinderopvang negatieve gevolgen voor kinderen kon hebben. Dit nieuws werd zeer positief ontvangen.

Maar in 1986 wees Belsky, op 'a slow, steady trickle of disconcerting evidence,' waaruit een verband bleek tussen veel uren op een kinderdagverblijf en agressief en ongehoorzaam gedrag op 3 t/m 8 jarige leeftijd. Belsky werd weggehoond, en ervan beschuldigt dat hij zeker wilde dat vrouwen weer achter het aanrecht gingen staan.

Iedereen werd zo boos op de boodschapper, dat de boodschap zelf ondersneeuwde.

Start groot onderzoek naar effecten kinderopvang

In 1991 startte het National Institute of Child Health and Human Development het grootste, meest uitgebreide onderzoek naar de effecten van kinderopvang tot dan toe. Meer dan 1300 kinderen werden gevolgd van de geboorte t/m de basisschool.

De meest recente resultaten laten het volgende zien:

Hoe meer tijd een kind door brengt in een kinderdagverblijf hoe agressiever en ongehoorzamer leerkrachten hem vinden. Dit effect treedt op onafhankelijk van de kwaliteit van de opvang.

Hoe beter de kinderopvang hoe groter de woordenschat van een kind op zijn elfde.


De kwaliteit van de opvoeding van de ouders had meer invloed op de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van een kind dan welk aspect van kinderopvang dan ook.

Het cumulatieve effect van kinderopvang: meer agressie en ongehoorzaamheid op school en in de maatschappij

Belsky wijst op het cumulatieve effect dat kinderopvang heeft op school en maatschappij. De negatieve effecten van kinderopvang zijn op zichzelf misschien niet zo groot, maar cumulatief kunnen ze grote invloed hebben.

Stel je eens een juf voor met een klas met 20 kinderen die veel tijd in een creche hebben doorgebracht, en daardoor allemaal een klein beetje agressiever en ongehoorzamer van zijn geworden. Zal die juf dan wel net zoveel tijd hebben om les te geven als bij een klas waar dat niet het geval is? Of zal ze veel meer tijd nodig hebben om simpelweg orde te houden?

En hoe zit dat in speeltuinen, zal daar in de toekomst meer gevochten worden?

Eén auto vervuilt de lucht niet, maar een heleboel auto's tegelijk wel. Als steeds meer kinderen hun eerste vier levensjaren in een creche hebben doorgebracht dan zullen die effecten steeds meer voelbaar worden.

Tegenvallende resultaten in doofpot

De resultaten van het NICHD werden in mei/juni 2005 al gepubliceerd, maar je hoort er eigenlijk nauwelijks over. De resultaten komen de overheid en traditionele feministes natuurlijk niet uit, want het past niet in hun plan vrouwen massaal de arbeidsmarkt op te jagen.

Jay Belsky heeft nog een ander vermoeden waarom er zo weinig ruchtbaarheid aan wordt gegeven: 'het terrein van ontwikkelingspsychologen zou zijn gedomineerd door vrouwen met progressief-liberale idealen en feministische trekjes, die er geen zin in hebben werkende moeders een schuldgevoel aan te praten.' (Bron: Ode)

Belsky pleit ervoor de feiten en resultaten over kinderopvang goed en objectief te bestuderen, en niet simpelweg weg te honen als ze je niet aanstaan. Het is niet (wetenschappelijk) verantwoord alleen aandacht te geven aan de resultaten die in jouw straatje passen, en de resultaten die iets anders vertellen te negeren.

*Annemieke is voorzitter van Fulltime Mothers

Kwaliteit kinderopvang slecht

Bron: De Pers

Veel ouders zijn niet tevreden over de informatievoorziening en faciliteiten van buitenschoolse kinderopvang. Zij willen meer weten over het gedrag van hun kind en willen betere ruimtes. Dat zegt een van de initiatiefnemers van de Nationale Crèchetest, die drie vormen van kinderopvang onderzocht.

De test, een samenwerking tussen drie bij kinderopvang betrokken partijen, werd door ruim 1300 ouders ingevuld. Gastouderschap scoort beter dan buitenschoolse opvang en opvang in crèches. Volgens Wendeline van Luijk, directeur van vraagbaak Kinderopvangonline, komt dat hoofdzakelijk door de flexibiliteit van dat soort opvang ten opzichte van de andere twee vormen.

Volgens Van Luijk heeft de buitenschoolse opvang het moeilijker. "De opvang is voor een paar uurtjes. Vaak wordt daar geen aparte ruimte voor geregeld. Daardoor zit de opvang vaak in peuterspeelzalen of sportscholen." Alle basisschoolkinderen moeten bij de buitenschoolse opvang terecht kunnen, wat betekent dat kinderen van heel verschillende leeftijden in dezelfde opvang terechtkomen.

'Opleidingsniveau kinderleiders is bar slecht'

De grootste zorgen heeft de directeur over het opleidingsniveau van kinderleiders van crèches en buitenschoolse opvang. "Het niveau van de leiding is bar slecht. Sommigen weten nauwelijks hoe ze een luier moeten verschonen, laat staan dat ze weten hoe ze een ouder moeten informeren over de pedagogische ontwikkeling van een kind."

Wet Kinderopvang

De Wet Kinderopvang ging in op 1 januari 2005. Daardoor zouden ouders meer mogelijkheden hebben om werk en zorg voor kinderen te combineren. In de wet wordt de kwaliteit, de toezicht hierop en de financiering van de kinderopvang geregeld. Ondanks herhaaldelijk aandringen van verschillende organisaties is er volgens Van Luijk echter nog geen goede opleiding voor kinderleiders.

'Kinderdagverblijf kan wiegendood veroorzaken'

Bron: Nu.nl, 21 december 2007 18:35

AMSTERDAM - Jonge baby's die in een kinderdagverblijf worden opgevangen, hebben een aanmerkelijk grotere kans op wiegendood. Dat heeft emeritus hoogleraar kindergeneeskunde Guus de Jonge vrijdag gezegd.

Hij geldt als de deskundige in Nederland op het gebied van wiegendood. Hij begon vrijdag, samen met schrijfster en verloskundige Beatrijs Smulders, een actie om jonge moeders voortaan een jaar babyverlof te geven zodat ze met behoud van hun salaris thuis voor hun kind kunnen zorgen.

Rust

Als moeders meer rust hebben zullen ze, volgens het tweetal, beter in staat zijn hun kind borstvoeding te geven, en onderling een betere emotionele binding te krijgen. Kinderen die emotioneel goed zijn gehecht, krijgen later minder vaak problemen.

Daarbij is borstvoeding ook goed voor de lichamelijke gezondheid van moeder en kind. De Jonge pleit ervoor dat moeder en kind zeker de eerste zeven maanden na de bevalling zoveel mogelijk bij elkaar zijn.

Kinderdagverblijven

Hij heeft al eerder over de link tussen kinderdagverblijven en zuigelingen geschreven. Binnen enkele maanden publiceert hij nieuwe cijfers waaruit volgens hem blijkt dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat jonge baby's niet in een kinderdagverblijf thuishoren.

Maatregelen

De Jonge zegt dat kinderdagverblijven vaak alle maatregelen nemen om wiegendood te voorkomen. Zo slapen kinderen bijvoorbeeld niet onder een dekbedje, en worden ze niet op hun buik te slapen gelegd.

Ook zijn ouders van kinderen die naar een kinderdagverblijf gaan, volgens de hoogleraar vaak niet-rokers.

Borstvoeding

Maar hij denkt dat er een link is tussen wiegendood en het gegeven dat de baby's geen borstvoeding krijgen. Ook zou stress een rol kunnen spelen. De baby's zijn in de eerste maanden van hun leven volop bezig hun moeder en vader te leren kennen.

Als ze die personen plotseling niet meer ruiken, voelen, horen en zien, kan dat zeer negatief zijn voor hun gezondheid en ontwikkeling, denkt De Jonge.

Besparing

De Jonge en Smulders denken dat de maatschappij zich uiteindelijk veel geld kan besparen als het eerst geld uitgeeft aan een gezonde ontwikkeling van kinderen. In Nederland sterven jaarlijks ongeveer twintig kinderen aan wiegendood.