Laat jongens toch jongens zijn!

Al langere tijd verschijnen er in de media berichten over de feminisering van het onderwijs en de maatschappij, waardoor jongetjes in het gedrang komen. Het is iets waar ik me als moeder erg bewust van ben, en ik probeer er dan ook op te letten mijn zoons de ruimte geven om jongens te zijn, en ze niet mijn vrouwelijke normen en waarden op te dringen.

Wat betreft de feminisering van het onderwijs zie ik bij mijn zoon Jan een afkeer van de praatcultuur die op de basisschool heerst, waarin akkefietjes op het schoolplein uitgebreid moeten worden besproken en geanalyseerd.

Interessant in dit verband, is een discussie uit 2004 rond de vraag of het Asperger Syndroom een uitvergroting zou kunnen zijn van mannelijke gedrag. In dat geval zouden alle mannen een beetje Asperger hebben. Zij zouden van nature geneigd zijn zich op technische details en resultaten te richten en minder op contact en samenwerking. Hoewel deze theorie inmiddels weerlegd is, vind ik het toch veelzeggend dat mannelijkheid hier zelfs een syndroom is geworden!

Onderstaand artikel verscheen in dagblad De Pers naar aanleiding van Gerard Janssens boek 'Zoons! Handleiding voor moeders'.

Laat die jongetjes toch lekker!

Bron: De Pers 17 april 2009

Jongetjes mogen haast geen jongetjes meer zijn. In de vrouwenwereld waarin ze opgroeien wordt typisch jongensgedrag onderdrukt. Niet zonder gevolgen.

‘Zit nou eens stil, hou toch op met dat gestoei en maak niet zoveel lawaai.’ Jongetjes worden chronisch niet begrepen en daarom gecorrigeerd. Door vrouwen. En laten jongetjes nu juist in de eerste jaren van hun leven omringd worden door vrouwen. Op school, de kinderopvang en de crèche, de wereld van een kleine jongen bestaat uit: vrouwen. En daarin schuilt het probleem. Want moeders en juffen begrijpen niet altijd hoe jongetjes in elkaar steken. Dus worden ze tam gehouden en krijgen voortdurend te horen dat ze iets niet goed doen.

Om de vrouwen wakker te schudden schreef Gerard Janssen het boek: Zoons! Handleiding voor moeders, dat zaterdag verschijnt. ‘Het boek is heel erg nodig ja, omdat moeders nooit zelf jongetje zijn geweest. En jongens steken toch wel iets anders in elkaar’, zegt auteur Janssen. Waar meisjes over het algemeen goed luisteren, graag kletsen en rustig zijn, zijn jongens druk en impulsief. Meisjes uiten zich verbaal, jongens fysiek. Jongens willen experimenteren, dingen kapotmaken en een robbertje vechten. ‘Ze kunnen in korte tijd heel driftig worden’, zegt Janssen. ‘Maar laat ze even uitrazen, zo’n driftbui is zo over en dan zijn ze weer aanspreekbaar.’

Schouder aan schouder

In het boek staan meer praktische tips. ‘Als je iets met je zoon wilt bespreken, ga dan niet tegenover hem aan tafel zitten en kijk hem in de ogen, daar wordt hij nerveus van. Jongens willen dingen doen tijdens het praten. Ga samen afwassen, of lopen. En begin een gesprek schouder aan schouder.’

‘Kijk eens hoe weinig jongens een compliment krijgen als ze in hun natuurlijke doen zijn’, zegt Janssen. ‘Ze worden vaak negatief benaderd omdat ze door moeders en juffen als druk worden ervaren. Maar jongens uiten zich nu eenmaal fysiek. Ze moeten ook de gelegenheid krijgen hun energie kwijt te kunnen.’

Jongens en meisjes zijn volgens deskundige Lauk Woltring, die het al dertig jaar opneemt voor de opvoeding van jongens, te lang als gelijke behandeld waardoor er geen aandacht meer is voor elementaire verschillen, zeker niet in het onderwijs. ‘Kringgesprekken, dat vinden jongens soms vreselijk. Laat ze toch lekker voetballen. Natuurlijk moeten zij ook leren praten en uitwisselen, maar daar zijn ook andere manieren voor.’

Laag zelfbeeld

De constante onderdrukking van hun jongensachtige gedrag is niet zonder gevolgen. Volgens Janssen zijn er behoorlijk veel jongens met een laag zelfbeeld door alle negativiteit.

‘Het gaat achteruit met de jongens in het onderwijs, er is sprake van achterstand, schooluitval en andere problemen. Ze worden gecorrigeerd lang voordat het nodig is’, zegt Woltring. ‘Daardoor kunnen jongens een latente hekel aan school ontwikkelen. Met als gevolg dat als ze eenmaal in het voortgezet onderwijs komen, ze alle kanten uitspatten en resistent zijn geworden tegen leraren. Soms kan dat dramatisch uitpakken. Ze zijn best goed in bepaalde dingen, maar niet altijd in dingen die worden gewaardeerd.’

J/M: Wat wil het kind?

In het januarinummer 2009 van de J/M een artikel over de vraag: 'Wat wil het kind?' De discussie over fulltime werken, parttime of niet draait meestal om de volwassenen, maar waar gedijt het kind nou het best bij?

Er komen drie deskundigen aan het woord per leeftijdsfase.




Opvoedadviseur Saskia Nikom over de eerste jaren

'Persoonlijk denk ik dat het voor het kind het beste is als het de eerste vier jaar van zijn leven zijn moeder of vader zo dicht mogelijk bij zich in de buurt heeft. Idealiter komt dat er op neer dat een van de ouders fulltime werkt en de ander er voor kiest om maximaal twee dagen van huis te zijn.'

'Voor een kind is het, zeker in de eerste twee, drie jaar, het fijnst als er op die dagen een oppas een huis komt omdat het daarmee in zijn vertrouwde omgeving blijft. Het klinkt nogal boud, maar het combineren van een gezin en twee carrière's is eigenlijk niet goed als de kinderen heel jong zijn.'

Hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Marianne Riksen-Walraven over schoolkinderen

Marianne Riksen-Walraven heeft vraagtekens bij de kwaliteit van de Naschoolse Opvang. Maar zelfs als die heel goed is vraagt ze zich af of een kind er wel bij vaart en vijf dagen vind ze hoe dan ook te veel.

'Als je het ze zelf zou vragen, kozen de meeste kinderen niet voor NSO. Voor een aantal is het ook ronduit overbelastend. Normaal ervaren mensen een stresspiek in de ochtend, en neemt het daarna af. Bij kinderen in de kinderopvang blijft het ook 's middags lang hoog, blijkt uit speekselmonsters.'

Orthopedagoge, GZ- en schoolpsycholoog Cathrien Drenthe

Cathrien Drenthe gebruikt een hele boel woorden, maar zegt eigenlijk niets. Waar het op neer komt is dat iedere puber anders is, en dat je als ouders op jouw puber moet inspelen. Duh.

Uiteraard worden de eerste twee veelzeggende meningen genuanceerd: iedereen is anders, wat voor de een werkt, werkt niet voor de ander blablabla.

Maar het antwoord op de vraag 'Wat wil het kind?' is duidelijk: het kind wil dat papa of mama thuis is.

Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker omstreden

Mijn dochter Maartje van dertien heeft een uitnodiging gekregen om zich te laten inenten tegen baarmoederhalskanker, net als 380.000 andere meisjes tussen de dertien en zestien jaar. Verspreid over een half jaar kunnen ze drie prikken met het middel Cervarix halen, dat bescherming moet bieden tegen het humaan papillomavirus (HPV), dat 70% van de baarmoederhalskanker gevallen veroorzaakt.

In eerste instantie was ik braaf van plan gehoor te geven aan de uitnodiging, onder het motto 'Baat het niet, het schaadt vast ook niet,' maar toen hoorde ik om mij heen kritische ouders vraagtekens zetten bij de vaccinatie. Ik besloot nader onderzoek te doen en las dat pas over dertig jaar met zekerheid kan worden gezegd wat de werking van het vaccin is. De massale inenting is een experiment. Het is dus helemaal niet zeker dat het niet schaadt.

Onderstaande uitzending van Zembla biedt bovendien een verontrustend kijkje achter de schermen van de farmaceutische industrie die natuurlijk grote belangen heeft bij het op de markt brengen van het vaccin.

Mijn man en ik hebben, na rijp beraad, besloten onze dochter niet te laten inenten.

Zijn er nog normale kinderen?

Bron: De Standaard Online

Pedagogen en psychologen gaan in het verweer tegen het gemak waarmee jongeren het etiket gedragsstoornis krijgen opgeplakt. Deze week bleek uit een rapport dat tussen 2004 en 2007 het aantal ADHD-patiëntjes met 300 procent is gestegen. Zijn er nog normale kinderen?

De psychoanalytici Stijn Vanheule en Nathalie Laceur van de vakgroep psychoanalyse en raadplegingspsychologie aan de Universiteit Gent: 'Vroeger aanbad de maatschappij zijn kinderen. Ze waren zuiver en ze mochten spelen, we zouden wel zien in welk richting ze evolueerden. Vandaag zijn kinderen vaten vol risico's en ziektekiemen geworden. Goede kinderen zijn zij die goed presteren. Met de anderen is iets mis. Dus moeten ze vanaf de kleuterklas gescreend worden op afwijkingen.

In Frankrijk stelde de Hoge Gezondheidsraad zelfs voor om alle kinderen vanaf de geboorte systematisch te screenen op gedragsstoornissen of risicofactoren. In België is een gelijkaardig onderzoek in de maak. Dat alles vanuit de overtuiging dat eens de juiste diagnose is gesteld, een pilletje of therapie de stoornis kan wegwerken. Dat idee is heel geruststellend voor ouders. Maar het dreigt een overgetherapeutiseerde maatschappij van navelstaarders op te leveren. Wie niet aan de norm beantwoordt, wordt gecriminaliseerd of gestigmatiseerd.'

Lees hier het hele artikel

Het Bewijs: de visie van een huisman

Jos van Venrooij (48) deelt al zestien jaar lief en leed met zijn vrouw. Samen hebben ze twee kinderen. Uit een eerder huwelijk heeft Jos een tweeëntwintigjarige dochter.

Jos is huisman en zijn vrouw werkt fulltime als docente in het speciaal onderwijs en is daar inmiddels ook locatieleidster. Wij interviewden Jos naar aanleiding van zijn nieuwste boek 'De depressieve regenworm' en over zijn ervaringen als huisman!

Jos' levenspad

Mijn carrière is een beetje een rommelig bij elkaar geharkt verhaal van min of meer en minder geslaagde projekten. De enige constante factor is eigenlijk het huisvaderschap. Toen mijn dochter geboren werd kwam het al beter uit dat ik voor haar zou zorgen, terwijl haar moeder haar studie afmaakte, en na onze scheiding bleef mijn dochter een groot deel van de week bij mij en later bij ons wonen.

Toen onze jongens erbij kwamen had mijn vrouw verreweg het hoogste en meest constante inkomen. Bovendien wilde zij graag fulltime blijven werken en wilden we de jongens niet naar een crèche brengen, dus werd mijn huisvaderschap vanzelf en zonder discussie uitgebreid en geprolongeerd. Ik had tot die tijd een aantal jaren een kindertheatergezelschap geleid dat net aan zijn einde was, dus dat kwam allemaal goed uit.

Opleiding

Ik heb kunstacademie gedaan, in Den Haag, maar in het laatste jaar van die (avond)opleiding was ik overdag met een kindertheater begonnen en toen ik met diploma en al de academie verliet vond ik het eigenlijk veel leuker en spannender dáár mee door te gaan. Ik schreef de voorstellingen en de liedjes, maakte de decors, en speelde en zong naar hartelust mee.Langzamerhand werd het kindertheater succesvoller maar een echte ‘doorbraak’ kwam maar niet. Het gebrek aan financieel succes leidde op den duur tot problemen bij de rest van het gezelschap en zo eindigde een spannend avontuur.

Freelance schrijver

Ik bleef wel verhalen, versjes en liedjes schrijven en deed toen de jongens ouder waren commercieel werk, als artikelen en interviews voor bedrijfs- en personeelsbladen, artikelen voor buurtkrantjes en teksten voor reclamefolders en brochures. Daarnaast deed ik ook vrijer werk: in de loop der tijd heb ik voor een aantal opdrachtgevers verschillende boekjes geschreven, waaronder een boekje met geïllustreerde kinderversjes, een bundel verhalen en gedichten en een boek met interviews.

Verhuizing naar platteland

Zo’n twee jaar geleden zijn we van de grote stad verhuisd naar een veel kleinere gemeente op het platteland. We zochten, en vonden daar rust en ruimte. Mijn takenpakket als huisman werd door de verhuizing drastisch uitgebreid met het opknappen van het nieuwe huis. Daarnaast ben ik een actieve vader op de school van de jongens: lezen, knutselen, zingen, toneelspelen en wat al niet. Commerciële schrijfopdrachten doe ik niet meer. Wel heb ik mij weer voorzichtig in het kindertheater gestort, de afgelopen maanden heb ik een aantal voorstellingen gespeeld en nieuwe projekten staan op stapel.

Huisman zijn: een goddelijke baan

Geloof het of niet, maar ik vind huisman zijn ideaal. Ik mopper er wel eens op natuurlijk, op mijn weblog ook, maar dat is alleen omdat mopperen vaak leukere stukjes oplevert, want over het algemeen vind ik het echt een geweldige baan. Ik heb alle vrijheid om mijn dag naar eigen smaak in te richten, ik heb geen baas boven me, geen vervelende collega’s, geen druk om geld te verdienen en omdat mijn vrouw in het onderwijs werkt, met alle bijbehorende vakanties, vind ik dat wij eigenlijk een buitengewoon relaxed leven hebben.

Doordat ik altijd thuis ben heb ik bovendien een uitstekende band met mijn kinderen. Ik ken hun vriendjes en doen en laten, en dat vind ik echt geweldig.

Huisman zijn is afwisselend, ik doe eigenlijk een heleboel dingen die ik leuk vind en als ik een dagje geen zin heb in het één, doe ik gewoon wat anders. Wat daarbij helpt is dat ik het opknappen en verbouwen van ons huis ook tot mijn taken als huisman reken, net als actief betrokken zijn bij de school van de jongens, als ‘de vader die altijd en alles kan’.

Dat maakt de mogelijkheden uitgebreider en daarmee heb ik ook bevredigender projekten dan alleen de afwas en de boodschappen waar je nooit mee klaar bent. Daarnaast ben ik ook geen huisman volgens de regels der kunst, vrees ik. Ik ben geen overdreven poetser of schrobber en matjesklopper. Het gaat er wel volgens mannelijke normen aan toe, in dit huishouden.

En natuurlijk zijn er ook wel eens dagen dat ik ervan baal, dat ik het gevoel krijg dat er geen schot in het leven zit, dat ik alleen maar sta af te wassen de godganse week. Dagen waarop ik iets groots en meeslepends en vreselijk goed betaalds zou willen! Maar ja... met een baan heb je ook zo je momenten, lijkt mij.

Waardering als huisman

Ik voel me in ieder geval gewaardeerd door mijn vrouw en kinderen, en dat is toch eigenlijk het enige dat telt. Mijn vrouw brengt regelmatig een bloemetje voor mij mee, of een variant op het thema. Ik merk dat ze het fijn vindt dat ze zich volledig aan haar werk kan wijden, en dat ze het prettig vindt dat ik thuis ben voor de kinderen, en voor haar als zij thuiskomt. Ik hoor haar in vreemde gezelschappen ook wel eens opscheppen dat ze ’s avonds zo kan aanschuiven en dat ze niet eens wéét hoe de wasmachine werkt. Dan voel ik mij gestreeld, al zal de rest van het gezelschap mij misschien een sukkel vinden.

Over de financiële gevolgen doet ze ook nooit moeilijk. Zo gaan we bijvoorbeeld maar één keer per jaar twee weken op vakantie, en dan ook nog op steenworp afstand met zelfgemaakte consumpties. En ik moet er ook nog bij zeggen dat mijn vrouw mij alle vrijheid geeft het huishouden te doen volgens mijn mannelijke normen. Ik doe het op mijn manier en dat is goed genoeg voor haar.

Wat de kinderen betreft is de band die ik met ze heb natuurlijk de grootste beloning. Het feit dat je ze dagelijks ziet opgroeien en getuige bent van al hun ditjes en datjes. Ik zou het niet willen missen.

Wat wel altijd een beetje moeilijk blijft zijn de zogenaamde ‘Wat doe jij?’ gesprekken. Je bent in vreemd gezelschap, raakt aan de praat en al snel komt dan de vraag: 'Wat doe jij?' De anderen doen dan altijd allemaal iets gestudeerds, avontuurlijks, interessants en betaalds en ik ben dan huisman. Het bekt niet lekker op de één of andere manier, het maakt weinig indruk en je bent er in dat soort situaties erg snel over uitgepraat.

Soms wordt er ook wel eens quasi jaloers en lollig geroepen dat ze dat ook wel zouden willen: lekker de hele dag niks doen. Ach ja, sufferds zijn het. Ik kan me daar niet druk over maken. In de discussie over werken en zorgen is het natuurlijk wel vreemd dat kinderen opvoeden en verzorgen eigenlijk geen werk wordt gevonden. Dat dat iets is waar je iets échts naast moet doen. Alsof je jezelf niet voldoende zou ontwikkelen wanneer je voor je kinderen zorgt. Alsof het opvoeden en verzorgen van kinderen maatschappelijk niet relevant zou zijn. De kinderen van vandaag zijn de maatschappij van morgen, dus misschien is het voor de maatschappij van morgen wel prettig als kinderen hier en nu een warm en veilig nest hebben, en een beetje worden opgevoed tot verantwoordelijke volwassenen.

Zorg en arbeidsparticipatie: je moet keuzes maken

Je kunt niet én carrière maken, een hoge positie bereiken en dús fulltime en liefst nog wat langer werken, en tegelijkertijd óók die leuke perfecte moeder zijn die haar kinderen zelf uit school haalt met een gezellig kopje thee en er altijd voor ze is. Dat kán dus niet. Dat is niet de schuld van de mannen, en ook niet van de overheid of van wie dan ook. Het kan niet omdat het niet kan. Het is het één of het ander.

Dus... als je kiest voor een carrière, dan zul je je moederschap misschien op een andere manier moeten invullen dan het standaardplaatje met de theepot en de moederlijke alomtegenwoordigheid. En je afvragen of dat dan automatisch minder is. Er zijn zát vaders die hooguit één keer per week een half uurtje luidruchtig voetballen met hun kroost en ze verder alleen in pyama zien, en die zichzelf niettemin oprecht leuke vaders vinden. Dat moeten moeders dan toch ook kunnen? Loslaten die hap!

En als je andersom kiest voor het 'old school' moederschap, kun je waarschijnlijk beter accepteren dat je met parttimebaantjes of vrijwilligerswerk in de schooltijden van je kinderen, of als zij-instromer als ze de deur uit zijn, nou eenmaal niet zo’n hoge positie zult bereiken. En je afvragen of dát nou zo erg is.

Als je met z’n tweeën kinderen hebt, zou je het ook nog kunnen delen en daar dan allebei de onvermijdelijke consequenties van nemen. Dat is dan toch een kwestie van onderhandelen met je eigen man? Daar hebben andere mannen, dan toch verder niks mee te maken? De overheid al helemaal niet. Mensen mogen toch zeker zelf wel uitmaken of ze buitenshuis werken of niet? Door zoveel nadruk op arbeidsparticipatie te leggen, de blijkbaar zaligmakende betaalde arbeid, ontstaat bovendien het misverstand dat je kinderen opvoeden en verzorgen dus géén werk is. Dat je niet meetelt als je die taak op je neemt. Alsof het geen verantwoordelijk werk is. Als je andermans kinderen opvoedt en verzorgt, ja, dán is het werk, maar als je dat voor je eigen kinderen doet, doe je opeens de hele dag niks.

Combinatie betaald werk - huismanschap

Ik werk ook als tekstschrijver en beeldend kunstenaar. Als ik een boekje of iets aan het maken ben, dan werk ik daar aan als de jongens naar school zijn en, soms ook nog wat in de avonduren. De verbouwing blijft dan liggen en het huishouden doe ik in de middaguren als de jongens thuis zijn.

Wat het huishouden betreft ben ik dan reuze makkelijk, altijd wel trouwens: morgen is er weer een dag! Dat geldt uiteraard niet voor eten koken, boodschappen doen, de was en de afwas. Binnenkort begin ik weer aan een nieuw kindertheaterprojekt dus dan zit ik weer veel achter de pc te schrijven. Als ik dan moet optreden red ik het niet altijd om de jongens van school te halen, dus dan doe ik een beroep op moeders van vriendjes en buren. Maar dat komt zelden voor.

Als het niet voor een opdracht is of een projekt met anderen, zoals het kindertheater, dan kom ik moeilijk op gang. Dan ga ik eerder strijken of stofzuigen of iets dergelijks dan dat ik iets ga maken. Ik heb wel een stok achter de deur nodig. Als ik iets ‘voor mezelf’ wil maken, vrij werk dus, dan is het nooit goed genoeg, komt het nooit af en het wordt daardoor moeilijk er aan te beginnen.

Een tijdje heb ik ook commerciële opdrachten gedaan. De jongens werden wat groter, ik voelde mij in die tijd wat beperkt en wilde daar op die manier wat aan doen en het lukte me wat opdrachtgevers te vinden. In die tijd was ik erg gestresst. Het gebeurde me vaak dat ik er niet was voor de jongens omdat ik mijn opdrachten af moest krijgen, dat ik niet op tijd op school kon zijn om ze te halen of dat ik daar allerlei toeren voor uit moest halen, en dat ik zodra we thuis waren snel achter de computer kroop. Ik had erg het gevoel voortdurend achter mezelf aan te rennen. Als ik met de jongens was voelde ik toch steeds de druk van een nog niet afgekomen artikel en ik werd er geen leukere vader van, waar ik me dan weer schuldig over ging voelen. Toen mijn vrouw ziek werd heb ik besloten dat dat dus niets voor mij was en ben er weer mee gestopt. Werk en zorg, besloot ik, vallen door mij niet op die manier te combineren. Zorg ís al werk, bedacht ik mij, en hopla: gecombineerd.

Jos' weblog

Toen onze oudste zoon geboren werd begon ik mijn ervaringen als huisvader in columns op te schrijven. Het leek me leuk zo de alledaagse dingen voor later vast te leggen. En omdat we toen net internet in huis hadden leek het mij leuk die stukjes daarop te publiceren. Het idee dat ze dan door de hele wereld gelezen konden worden motiveerde mij te blijven schrijven. Dat resulteerde later, ruim zeven jaar geleden, in een weblog. Die zag je in die tijd overal uit de grond schieten dus ik dacht: dat ga ik ook doen! Mijn weblog is een uitlaatklep, een middel om de behoefte tot schrijven te bevredigen. Het leven van alledag vast te leggen. Een manier om het leven te ordenen ook, en dingen af te reageren. Net als vroeger mijn dagboek, maar dan zorgvuldiger opgeschreven, omdat je het niet meer alleen voor jezelf schrijft, maar ook lezers hebt. En het is leuk om te merken dat het gelezen wordt.

De naam “Het Bewijs” staat in verband met het motto “Ik schrijf, dus ik blijf”. Ik vond Het Bewijs leuk klinken met dat motto. Een bevestiging van mijn bestaan als schrijver. Pas later begon ik op mijn site een weblog, raakte de rest van de site een beetje op de achtergrond en is het weblog van lieverlee Het Bewijs gaan heten. En omdat het het weblog van een huisvader is, klinkt het nu ook een beetje alsof er bewezen moet worden dat er ook heus wel mannen zijn die zorgen. Zo had ik het in eerste instantie dus niet bedacht maar ach, ik zit er ook niet mee in mijn maag. Misschien klopt het wel.

Algemene Heffingskorting/ Aanrechtsubsidie

De algemene heffingskorting, dat is toch dat bedrag dat ik van de belastingsdienst gestort krijg als mijn inkomen beneden een bepaald bedrag blijft? En dat was eerder de belastingvrije voet die ik als nietverdiener naar mijn vrouw kon overhevelen zodat zij ongeveer hetzelfde bedrag minder belasting betaalde? Dat is dan toch vestzak broekzak? Het maakt mij niet uit of ík het krijg of dat mijn vrouw het niet hoeft te betalen. Ik begrijp dat die zogenaamde aanrechtsubsidie misschien afgeschaft gaat worden. Als daar dan niet een soort compensatie voor komt, dan is het natuurlijk gewoon belastingverhoging.

Maar als het bedrag wordt omgezet in hogere kinderbijslag, of weer als overhevelbare belastingvrije voet terugkeert, dan is er volgens mij niet zoveel aan de hand. Zolang je er als gezin niet op achteruitgaat. Dat dat dan weer als aanmoediging voor vrouwen moet gelden om deel te nemen aan het arbeidsproces, tja.. daar hebben we het al over gehad. Als je voor de kinderen zorgt neem je eigenlijk al deel aan het arbeidsproces. Het zou helemaal niet zo gek zijn dat op één of andere manier te belonen. En dat hoeft dan geen aanrechtsubsidie te heten want dat is inderdaad een beetje een denigrerende term in de lijn van ‘lekker de hele dag thuiszitten’.

Zorgoudertoeslag, of zoiets, zou beter zijn. Ik denk trouwens niet dat dat afschaffen mensen die er nu bewust voor kiezen voor hun kinderen te zorgen zal stimuleren betaald werk te gaan zoeken. Die mensen hebben namelijk hun eigen keuze al gemaakt.

Financiële afhankelijkheid en kwetsbaarheid

Overheid en feministen hameren op het belang van financiële onafhankelijkheid, vanwege het gevaar van financiële problemen bij een eventuele scheiding. Ik beschouw dit als een theoretisch probleem, ik ben namelijk niet van plan nóg eens te gaan scheiden. Maar gesteld dat het tóch gebeurt, dan ga ik er zonder meer vanuit dat wij verstandig genoeg zijn om ten behoeve van de kinderen, als die nog minderjarig zijn, goede financiële afspraken te maken. Wat de reden van de scheiding ook zou zijn.

Pensioen

Ik heb eigenlijk nooit zo over pensioen nagedacht. Ik ben meer het ‘Wie dan leeft, wie dan zorgt’ type. Maar, over financieel afhankelijk gesproken, ik heb het net even aan mijn vrouw gevraagd: die heeft een partnerpensioenregeling, waarbij dus ook voor mij een pensioen wordt opgebouwd.

Uiteraard stopt zij dat na een eventuele scheiding, maar het reeds opgebouwde deel komt mij dan nog toe, na mijn 65e. Ik zou het zeker niet redelijk vinden van mijn vrouw te verwachten dat zij mij na een scheiding blijft onderhouden. Ik stel me zo voor dat wanneer de kinderen nog minderjarig zijn we de verantwoordelijkheid en de zorg voor hen dan gelijkelijk delen en dat ik dan ook zou gaan werken om in mijn en hun onderhoud te voorzien.

Mijn vrouw zou dan misschien minder gaan werken om ook thuis te kunnen zijn voor de jongens. Een scheiding is in mijn ogen een keuze die je samen maakt en de gevolgen daarvan moeten in goed overleg samen gedragen worden. Dat ik in zo’n geval wat werk en inkomen betreft van nul af moet beginnen, tja, daar staat dan tegenover dat ik daar tot dat moment geen verantwoordelijkheid voor heb hoeven dragen. Voor mijn vrouw geldt dat ze dan misschien concessies aan haar carrière zal moeten doen om haar deel van de zorg op zich te kunnen nemen. Je kunt niet scheiden en verwachten dat alles hetzelfde blijft. Als je verzorgd wilt worden tot de dood je scheidt, kun je maar beter getrouwd blijven.

Meer weten over Jos?

Bezoek dan zijn weblog!

Nederlandse vrouw geeft voorrang aan gezin

Na drie emancipatiegolven kiest de Nederlandse vrouw nog steeds vaker voor haar gezin dan voor een carrière.

Maar voorrang geven aan je gezin getuigt van onbenul vinden minister Ronald Plassterk en Pia Dijkstra. Eensgezind verwonderen ze zich over die rare Nederlandse vrouwen die maar niet willen inzien dat het niet gaat om een zinvol leven en 'minder tastbare zaken als sociale contacten,' maar om ambitie en een succesvolle loopbaan!

Plassterk schuwt er daarbij niet voor zijn eigen moeder aan te halen als voorbeeld hoe het niet moet: 'Natuurlijk is iedereen vrij om te kiezen wat ze met hun leven willen,’’ zegt Plasterk. ,,Maar ik neem dan altijd mijn moeder als voorbeeld. Toen mijn zusen ik haar niet meer elk uur nodig hadden, kwam zij niet meer aan de bak in de apotheek waar ze ooit werkte. Van het thuis zitten is ze niet gelukkiger geworden.’’

Lees hier het hele artikel

Vrouwen moeten anders gaan denken en kiezen

De meeste vrouwen (met en zonder kinderen) die in deeltijd werken geven aan daar zelf voor gekozen te hebben. Zij willen niet voltijds werken om zo meer tijd over te houden voor hun huishouden, hun kinderen, of voor zichzelf, hun hobby’s en sociale contacten. Deze keuze hangt vooral samen met de opvattingen over werk en inkomen van vrouwen. Kinderen zijn geen doorslaggevende reden.

Dit blijkt uit onderzoek van het SCP. Dijkstra en minister Ronald Plasterk (Emancipatie) zijn 'geschrokken' van het onderzoek. Ze vinden dat er te gemakkelijk voor het traditionele kostwinnersmodel wordt gekozen: het is blijkbaar nog vanzelfsprekend dat vrouwen hun werk aanpassen aan privé-omstandigheden.

Het woord moederschapsideologie wordt niet genoemd, maar er wordt wel verwezen naar de 'heersende cultuur' die een belemmering zou zijn voor vrouwen om meer buitenshuis te gaan werken.

Plassterk en Dijkstra vinden dat werkgevers het makkelijker moeten maken werk en privé te combineren en werknemers moeten worden aangesproken worden op hun keuzes.

Achterliggende gedachte is het bevorderen van de arbeidsparticipatie van vrouwen, die zelf tevreden zijn over de huidige stand van zaken.

Plassterk en Dijkstra willen feitelijk de motieven op basis waarvan vrouwen hun leven inrichten, vervangen door hún motieven.

Lees hier het persbericht van SCP.