door Beatrijs Ritsema

Het krijgen van kinderen markeert binnen een generatie vaak het begin van een scheiding der geesten. Aan de ene kant heb je de mensen die zich voortplanten; zij volgen zwangerschapcursussen en werpen zich op luiers, wandelwagentjes, draagzakken. Aan de andere kant staan de kinderlozen; zij die geen kinderen willen of kunnen krijgen, of misschien later nog eens, of bij wie het er eenvoudig niet van komt.

De geboorte van een baby verandert het dagelijkse leven radicaal. Ook al neem je je voor om precies zo door te leven als je gewend was, in de praktijk lukt dat helemaal niet. Het leven van jonge gezinnen is noodgedwongen beperkt en een beetje in zichzelf gekeerd. Jonge moeders zijn allang blij als ze hun werk op de rails kunnen houden. Van jonge vaders wordt thuis ook van alles verwacht. De tijd gaat heen met (in ieder geval voor anderen)? volstrekt oninteressant getut over middagslaapjes, traphekjes en oppassschema’s.

Tegelijkertijd gaat het leven van de kinderlozen door zoals tevoren. Zij kunnen tot diep in de nacht uitgaan, als ze dat willen. Ze reizen naar de wildste bestemmingen. Ze hebben tijd om de nieuwe boeken ook echt te lezen (en niet alleen maar vluchtig de recensies)?. Ze zien de nieuwste films in de bioscoop (en sukkelen niet acht maanden later in slaap bij de video-versie)?. Ze bezoeken interessante evenementen. Ze groeien zonder last of ruggespraak door in hun carrière, kortom ze staan midden in de wereld en niet in een of ander duf achterafhoekje.

In de loop der jaren groeien ouders en kinderlozen verder uit elkaar, maar op zeker moment vindt een merkwaardige omslag plaats, waarbij de rollen worden omgedraaid. Vijftigers worden geleidelijk minder flexibel. Ze zijn minder nieuwsgierig naar het onbekende en laten alleen nog maar ervaringen toe, waarvan ze van tevoren weten dat ze er plezier in scheppen. De rest kan hen gestolen worden. Dat geldt voor iedereen die ouder wordt, of je nu kinderen hebt of niet. Maar degenen mét kinderen worden door hun nageslacht voortdurend uit hun comfortabele sluimer geschud. Of ouders nu willen of niet, opgroeiende kinderen brengen allerlei nieuwe dingen (muziek, jeugdcultuur, maatschappelijke onrust)? mee van buiten naar binnen, waarmee je je moet verstaan als ouder. Wie geen kinderen heeft, loopt de kans de voeling met het grotere geheel kwijt te raken en op zijn beurt in een achterafhoekje terecht te komen.

Dat hoeft niet te gebeuren als kinderlozen de moeite nemen contact te houden met de volgende generatie. Het aloude, ten onrechte nog maar weinig gepraktiseerde systeem van het ‘peettante- of peetoomschap’ is hier ideaal voor. Men kieze een kind, van goede vrienden of familie, en laat zichzelf tot peetouder benoemen. Van dit kind volgt men het wel en wee met aandacht, en neemt het vanaf het prille begin regelmatig mee voor excursies, die aanvankelijk op de leeftijd van het kind zijn toegesneden maar later ook een vormend karakter kunnen hebben, als het kind daar aardigheid in heeft tenminste. Dit systeem heeft heel veel voordelen. Eigen ouders hebben af en toe een middagje vrij. Kinderen krijgen exclusieve aandacht van een volwassene die geen opvoeder is en maken zo een uitstapje buiten hun kinderwereld. En peetouders houden zichzelf alert door een lijntje met de jeugd. Algehele horizonverbreding voor alle betrokkenen.

Bron: (HP/De Tijd, 5 maart 2004)

Beatrijs Ritsema is freelance journaliste en schrijfster van een column over etiquette, manieren en omgangsvormen, die wekelijks in de Trouw verschijnt. Wil je meer van haar lezen of heb je een vraag over eitquette? Bezoek dan haar website http://www.beatrijs.com.