Laat jongens toch jongens zijn!

Al langere tijd verschijnen er in de media berichten over de feminisering van het onderwijs en de maatschappij, waardoor jongetjes in het gedrang komen. Het is iets waar ik me als moeder erg bewust van ben, en ik probeer er dan ook op te letten mijn zoons de ruimte geven om jongens te zijn, en ze niet mijn vrouwelijke normen en waarden op te dringen.

Wat betreft de feminisering van het onderwijs zie ik bij mijn zoon Jan een afkeer van de praatcultuur die op de basisschool heerst, waarin akkefietjes op het schoolplein uitgebreid moeten worden besproken en geanalyseerd.

Interessant in dit verband, is een discussie uit 2004 rond de vraag of het Asperger Syndroom een uitvergroting zou kunnen zijn van mannelijke gedrag. In dat geval zouden alle mannen een beetje Asperger hebben. Zij zouden van nature geneigd zijn zich op technische details en resultaten te richten en minder op contact en samenwerking. Hoewel deze theorie inmiddels weerlegd is, vind ik het toch veelzeggend dat mannelijkheid hier zelfs een syndroom is geworden!

Onderstaand artikel verscheen in dagblad De Pers naar aanleiding van Gerard Janssens boek 'Zoons! Handleiding voor moeders'.

Laat die jongetjes toch lekker!

Bron: De Pers 17 april 2009

Jongetjes mogen haast geen jongetjes meer zijn. In de vrouwenwereld waarin ze opgroeien wordt typisch jongensgedrag onderdrukt. Niet zonder gevolgen.

‘Zit nou eens stil, hou toch op met dat gestoei en maak niet zoveel lawaai.’ Jongetjes worden chronisch niet begrepen en daarom gecorrigeerd. Door vrouwen. En laten jongetjes nu juist in de eerste jaren van hun leven omringd worden door vrouwen. Op school, de kinderopvang en de crèche, de wereld van een kleine jongen bestaat uit: vrouwen. En daarin schuilt het probleem. Want moeders en juffen begrijpen niet altijd hoe jongetjes in elkaar steken. Dus worden ze tam gehouden en krijgen voortdurend te horen dat ze iets niet goed doen.

Om de vrouwen wakker te schudden schreef Gerard Janssen het boek: Zoons! Handleiding voor moeders, dat zaterdag verschijnt. ‘Het boek is heel erg nodig ja, omdat moeders nooit zelf jongetje zijn geweest. En jongens steken toch wel iets anders in elkaar’, zegt auteur Janssen. Waar meisjes over het algemeen goed luisteren, graag kletsen en rustig zijn, zijn jongens druk en impulsief. Meisjes uiten zich verbaal, jongens fysiek. Jongens willen experimenteren, dingen kapotmaken en een robbertje vechten. ‘Ze kunnen in korte tijd heel driftig worden’, zegt Janssen. ‘Maar laat ze even uitrazen, zo’n driftbui is zo over en dan zijn ze weer aanspreekbaar.’

Schouder aan schouder

In het boek staan meer praktische tips. ‘Als je iets met je zoon wilt bespreken, ga dan niet tegenover hem aan tafel zitten en kijk hem in de ogen, daar wordt hij nerveus van. Jongens willen dingen doen tijdens het praten. Ga samen afwassen, of lopen. En begin een gesprek schouder aan schouder.’

‘Kijk eens hoe weinig jongens een compliment krijgen als ze in hun natuurlijke doen zijn’, zegt Janssen. ‘Ze worden vaak negatief benaderd omdat ze door moeders en juffen als druk worden ervaren. Maar jongens uiten zich nu eenmaal fysiek. Ze moeten ook de gelegenheid krijgen hun energie kwijt te kunnen.’

Jongens en meisjes zijn volgens deskundige Lauk Woltring, die het al dertig jaar opneemt voor de opvoeding van jongens, te lang als gelijke behandeld waardoor er geen aandacht meer is voor elementaire verschillen, zeker niet in het onderwijs. ‘Kringgesprekken, dat vinden jongens soms vreselijk. Laat ze toch lekker voetballen. Natuurlijk moeten zij ook leren praten en uitwisselen, maar daar zijn ook andere manieren voor.’

Laag zelfbeeld

De constante onderdrukking van hun jongensachtige gedrag is niet zonder gevolgen. Volgens Janssen zijn er behoorlijk veel jongens met een laag zelfbeeld door alle negativiteit.

‘Het gaat achteruit met de jongens in het onderwijs, er is sprake van achterstand, schooluitval en andere problemen. Ze worden gecorrigeerd lang voordat het nodig is’, zegt Woltring. ‘Daardoor kunnen jongens een latente hekel aan school ontwikkelen. Met als gevolg dat als ze eenmaal in het voortgezet onderwijs komen, ze alle kanten uitspatten en resistent zijn geworden tegen leraren. Soms kan dat dramatisch uitpakken. Ze zijn best goed in bepaalde dingen, maar niet altijd in dingen die worden gewaardeerd.’